Impact op mens en milieu: van S-MER tot project-MER

Welke impact heeft de herinrichting van de Ring rond Brussel op de omgeving en het milieu? De Vlaamse overheid zoekt een antwoord op die vraag met twee studies: het Strategisch Milieueffectenrapport (S-MER) en het Project Milieueffectenrapport (project-MER). De impact op de omgeving wordt gedetailleerd in kaart gebracht, opdat de Vlaamse overheid maatregelen kan nemen om de impact en de hinder te beperken. 

Raadpleeg hier de tijdlijn van het project: wat is er al gebeurd en wat zijn de volgende stappen voor we de eerste spade in de grond steken? 

 

Mobiliteitsstudie

De mobiliteitsstudie van 2010 onderzocht de effecten van een lange reeks alternatieven op de doorstroming van het verkeer. De centrale vraag die voor alle alternatieven werd gesteld was: "Wat is het effect op de doorstroming van het verkeer op de Ring rond Brussel?". Maar ook de effecten van het verkeer op het 'onderliggende wegennet', dat zijn de gewestwegen en de lokale wegen in Vlaanderen en Brussel, werden bestudeerd. 

De mobiliteitstudie was een eerste 'trechtering' van alternatieven: alleen de zes alternatieven die een significant positief effect op de doorstroming van het verkeer bleken te hebben, gingen door naar de volgende studieronde, het strategisch milieu-effectenrapport. De mobiliteitsstudie kwam ook tot de conclusie dat investeringen in weginfrastructuur niet zouden volstaan om het mobiliteitsprobleem van de Ring en de omgeving op te lossen. Er moet ook geïnvesteerd worden in fietsinfrastructuur en openbaar vervoer.  

Strategisch Milieueffectenrapport (S-MER)

Het Strategisch Milieueffectenrapport onderzocht zes verschillende combinaties van maatregelen. Zes 'infrastructuuralternatieven' (ingrepen in de weginfrastructuur) werden telkens gecombineerd met een vaste reeks van mobiliteitsmaatregelen: investeringen in openbaar vervoer en in fietsverbindingen in de Brusselse rand en fiscale maatregelen. 

Welke waren dan de infrastructuuralternatieven?

Het scheiden van het doorgaand en het lokaal verkeer door een herinrichting met paralelrijbanen:

Herinrichting met parallelrijbanen én een tunnel onder de luchthaven tussen de E40 en de E19:

Een dubbeldeksvariant met een tunnel onder de Ring voor het doorgaande verkeer en een dubbeldeksvariant met een viaduct boven de Ring voor het doorgaande verkeer:

Een tunnelvariant met een tunnel onder Brussel tussen de knooppunten met de E40 in Sint-Stevens-Woluwe en de E40 in Groot-Bijgaarden:

Geen infrastructurele ingreep:

Van de zes overgebleven combinaties bepaalde de Strategische Milieueffectenrapportage (S-MER) de impact op de verkeersdoorstroming, de verkeersveiligheid en ‘het milieu’ in de ruime betekenis van het woord. Dat laatste betekent dat er niet alleen werd gekeken naar de effecten van het verkeer en de weginfrastructuur op de dieren en planten in de omgeving van de Ring, maar bijvoorbeeld ook naar het geluidsniveau, de luchtkwaliteit of de verlichting in de buurt van de Ring.

Raadpleeg hier het volledige rapport van het S-MER. 

2013: keuze Vlaamse Regering voor herinrichting met parallelrijbanen

De resultaten van het S-MER vormden belangrijke input voor de 'maatschappelijke kosten-batenanalyse' (MKBA), de studie die kosten en baten van het project tegen elkaar afwoog. Ook met de kosten en baten op het vlak van milieu en de impact op de omgeving werd dus rekening gehouden bij die afweging. 

Uiteindelijk was het de Vlaamse Regering zelf die in 2013 op basis van de rapporten van het S-MER en de MKBA het alternatief van de scheiding van doorgaand en lokaal verkeer (het eerste alternatief hierboven) aanwees als de beste oplossing voor het mobiliteitsprobleem van de Ring. 

Project-Milieueffectenrapport (project-MER)

In het project-milieueffectenrapport (project-MER) worden de milieu-effecten meer in detail onderzocht. Het project-MER gaat uit van het voorontwerp, bestudeert welke effecten de uitvoering van het voorontwerp zou hebben op geluid, lucht, natuur en landschap, en onderzoekt welke milderende maatregelen de Vlaamse overheid moet nemen om de impact tot een minimum te beperken. Een voorbeeld van een milderende maatregel zijn geluidsschermen. 

De nodige vergunningen worden pas aangevraagd als het hele plaatje duidelijk is en alle vragen beantwoord zijn.  

Meer informatie over het project-MER en de ‘kennisgevingsprocedure’ vindt u in dit artikel

Moet er nog MER zijn: plan-MER, project-MER, S-MER, …

De verschillende procedures kunnen met elkaar verward worden. Daarom zetten we het een en ander nog even op een rijtje. Er bestaan 3 soorten MER:

Een plan-MER wordt opgesteld als het Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP) om een aanpassing vraagt of als er nog geen RUP is. Met een RUP legt een overheid de ruimtelijke bestemming van een gebied vast: bijv. woongebied, industriegebied, landbouwgebied, ... Op basis van de voorschriften in het RUP worden later stedenbouwkundige vergunningen afgeleverd.

Het S-MER of het ‘strategische plan-MER’ is een milieu-effectenstudie met een uitgebreidere scope dan een klassiek plan-MER. In de kennisgevingsprocedure van het eerste plan-MER van 2008 werden door het publiek zoveel alternatieven op grote schaal voorgesteld (bijvoorbeeld de aanleg van een tunnel onder Brussel, het sluiten van de Ring ten zuiden van Brussel), dat beslist werd om eerst de milieu-effecten van die 'grote' alternatieven te onderzoeken.  

Een project-MER is de laatste onderzoeksstap voor de uitvoering van de werken. Het project-MER onderzoekt de impact van de inplanting van de nieuwe/vernieuwde infrastructuur. In een project-MER worden ook voorstellen gedaan voor zogenaamde ‘milderende maatregelen’: maatregelen die mogelijke negatieve effecten van de nieuwe infrastructuur compenseren.  Na het project-MER worden de vergunningen aangevraagd: stedenbouwkundige vergunningen, milieu- en kapvergunningen, ... 

Meer weten over milieu-effectenrapportage? 

Op de website van het departement Leefmilieu, Natuur & Energie leest u alles over milieueffectenrapporten in Vlaanderen. 

 

Klik door naar…

Vlag Europese Unie

Medegefinancierd door de Europese Unie

Contactgegevens

Wegen & Verkeer Vlaams-Brabant
Diestsepoort 6 - bus 81
3000 Leuven

t.: +32 (0)16 66 57 50
f.: +32 (0)16 66 57 55

Nieuwsbrief

Wilt u het laatste nieuws over de ring om Brussel in uw mailbox?

Schrijf u dan hier in op onze digitale voortgangsberichten.